Sneeuw en Ski's
Thomas gaat voor het eerst op wintersport met zijn ervaren vrienden en leert met vallen en opstaan hoe hij moet skiën.
Thomas staat bovenaan de heuvel en kijkt naar beneden. Het landschap is prachtig: witte bergen, een strakblauwe lucht en de zon die glinstert op de sneeuw. Maar Thomas voelt geen rust. Hij voelt vooral angst. Zijn voeten zitten vast in zware, plastic skischoenen, en onder zijn voeten glijden twee lange latten gevaarlijk snel weg bij elke kleine beweging.
“Kom op, Thomas! Het is makkelijk!” roept zijn vriend Luuk, die soepel voorbij glijdt en een perfecte bocht maakt. Luuk en hun andere vrienden, Sanne en Mark, gaan al van kinds af aan elk jaar op wintersport. Voor hen is sneeuw net zo natuurlijk als water voor een vis. Voor Thomas, die voor het eerst in de bergen is, voelt het als een overlevingstocht.
Het avontuur begon twee dagen geleden toen ze aankwamen in het gezellige Oostenrijkse dorpje. Eerst moesten ze naar de verhuurwinkel om de uitrusting te halen: ski’s, stokken, helm en die vreselijk strakke skischoenen. Luuk en Sanne hielpen hem geduldig. “Zorg dat je helm goed zit en dat je skibril niet beslaat,” adviseerde Sanne.
De eerste ochtend had Thomas zich aangemeld voor de skiklas voor beginners. Zijn skileraar was een vrolijke Oostenrijker genaamd Hans, die verrassend goed Nederlands sprak. “Eerst leren we remmen,” zei Hans met een brede glimlach. “Maak een pizzapunt met je ski’s! De voorkanten naar elkaar toe, de achterkanten wijd. Dat noemen we de ‘Pflug’.”
Thomas probeerde het. Hij gleed drie meter, verloor zijn evenwicht en viel achterover in de zachte sneeuw. Zijn ski’s vlogen uit. De hele klas keek toe. Thomas lachte maar een beetje, hoewel zijn achterwerk al koud aanvoelde. “Heel goed!” riep Hans. “Vallen hoort erbij. Nu weer opstaan!” Opstaan met lange ski’s aan je voeten bleek nog moeilijker dan glijden. Na een uur hard werken zweette Thomas onder zijn dikke jas, ondanks de temperatuur van min Bios (vijf) graden.
Vandaag is het de derde dag. Luuk en Sanne hebben hem meegenomen naar een grotere, maar nog steeds relatief makkelijke blauwe skipiste. Ze gingen omhoog met de skilift, wat al een spannend moment op zich was – Thomas was bang dat hij er niet op tijd uit zou springen. Gelukkig ging dat goed.
“Oké, Thomas,” zegt Sanne bemoedigend. “Denk aan de pizzapunt om te remmen en leun naar voren, niet naar achteren.” Thomas ademt diep in. Hij duwt zichzelf vooruit met zijn stokken. De snelheid neemt toe. De wind suist langs zijn helm. Hij nadert een bocht. “Pizzapunt! Leunen op je dalski!” schreeuwt Mark vanaf de zijkant. Thomas raakt in paniek. Hij vergeet welke ski de ‘dalski’ is, zijn ski’s kruisen elkaar en hij maakt een spectaculaire val. Hij rolt drie meter door de sneeuw en verliest zijn stokken.
Luuk skiet snel naar hem toe en helpt hem zijn ski’s weer vast te klikken. “Gaat het?” vraagt hij bezorgd. Thomas schudt de sneeuw uit zijn gezicht en lacht. “Ja hoor! Alleen mijn trots is een beetje beschadigd. En ik denk dat ik morgen enorme spierpijn heb.” “Dat hoort bij het echte wintersportgevoel!” lacht Luuk.
De rest van de middag gaat het steeds beter. Thomas valt nog een paar keer, maar hij leert ook zijn eerste echte bochten te maken zonder te vallen. De kick als het lukt om gecontroleerd naar beneden te glijden is fantastisch. Hij begint eindelijk te begrijpen waarom zijn vrienden zo gek zijn op deze vakantie.
Rond vier uur is de zon bijna achter de bergen verdwenen. De skipistes sluiten en het is tijd voor de après-ski. Ze lopen een gezellige houten skihut binnen onderaan de piste. Er klinkt luide, vrolijke muziek en iedereen zingt mee. Ze bestellen warme chocolademelk met slagroom en een koud biertje.
Terwijl ze napraten over de dag, voelt Thomas zijn benen trillen van de vermoeidheid. Maar als hij om zich heen kijkt naar zijn lachende vrienden en denkt aan de bochten die hij vandaag heeft gemaakt, weet hij het zeker: dit was zijn eerste wintersport, maar absoluut niet zijn laatste.